Spreken02-Random

Welcome to your Spreken02-Random

Philip fietst op de weg. De weg is...

Megan gaat vandaag verhuizen. Ze woont straks...

Karim leest het weerbericht. Het weer wordt...

Chris heeft een computer. Hij gebruikt de computer om te...

Miguel stopt met werken. Hij is...

Carmen eet elke dag een banaan. Soms eet ze ook...

In een grote stad wonen veel mensen. Ik vind dat...

Arjun moet elke dag reizen naar zijn werk. Hij werkt in...

Het regent onderweg. Marta wil...

Ik heb deze krant gelezen. Wil jij de krant nu..?

Die sinaasappel is oud. Je moet de sinaasappel..

Yun eet 's ochtends niet veel. Ze eet dan alleen...

Hiba houdt van katten . Ze houdt niet van…

Jada maakt pannenkoeken voor haar familie. Zij doet dat...

Isabel speelt graag met haar pop. Soms speelt ze ook met...

Ana is niet blij met haar huis. Ze vindt haar huis...

Monica maakt graag foto's. Ze maakt het liefst foto's van...

Dave lust geen koffie. Hij drinkt liever...

Sarah is nooit ziek. Zij voelt zich altijd...

Is dat boek leuk? Ik wil het boek ook graag...

Leyla slaapt samen met haar zus in een kamer. Zij vinden dat...

Jessy koopt een kaartje. Ze gaat…

Kenji rookt al twintig jaar sigaretten. Dat is...

Sam loopt het lokaal uit. Hij gaat...

Ling wil iets eten. Ze eet liever geen...

Tim drinkt graag koffie. Hij drinkt liever koffie dan…

De les begint om 11 uur. Hetty gaat...

Jim heeft haast. Hij moet snel naar...

Harold is niet alleen. Hij heeft...

Er is ingebroken bij Ben. Hij belt naar...

Farid is zanger. Hij moet vandaag...

Li en Chen gaan iets drinken. Ze drinken...

Mevrouw Perez heeft geen auto meer. Nu moet ze...

Maria heeft griep. Ze moet...

Mijn telefoon is kapot. Nu kan ik niet...

Ik eet nooit kip. Dat vind ik...

Paul gaat vroeg naar bed. Hij moet morgen...

Lea gaat naar haar kleinzoon. Ze geeft hem...

Diego houdt van koken. Hij kookt graag voor...

Aiden is bij de bakker. Hij wil...

Han heeft zijn diploma gehaald. Hij gaat nu...

Hue wil naar de markt. Ze gaat...

Olga is ziek. Ze moet...

Souad koopt bananen op de markt. Ze koopt ook...

Salim snijdt de uien. Zijn vrouw gaat...

Janek heeft koorts. Zijn moeder geeft hem...

Sonia zit in de bus. Ze gaat naar...

Martin stelt een vraag aan de docent. De vraag gaat over...

Rachel zingt vaak alleen. Soms zingt ze ook...

Zina kookt met veel kruiden. Zo wordt haar eten...

Sara lacht. Zij is…

Cai werkt met hout. Hij maakt...

Nasir zoekt een nieuw huis. Hij wil een huis met...

Younes heeft veel vrienden. Hij gaat vaak met ze naar...

Marco is ziek. Hij belt...

Monica wil graag een huis met een tuin. Ze vindt dat...

Ik ga een taart maken. Wil jij...?

Maria leest op zondag de krant. Ze leest soms...

Sari zoekt een cursusboek. Ze gaat naar...

Selim kan zijn broer niet bellen. Hij stuurt zijn broer een...

Mijn opa zit op de bank. Hij kijkt naar...

Lia wil meer geld voor haar werk. Dan kan ze...

John houdt van paarden. Hij vindt paarden...

Mijn broer zingt veel. Hij is...

Anna’s huis is te klein. Ze wil snel...

Ayla eet haar ontbijt snel op. Ze heeft...

Filiz koopt een nieuwe jas. Ze koopt ook...

De bus rijdt langzaam. Lia wil...

Veel mensen praten in de les. Nena vindt dat...

In het eten zitten pepers. Ik vind dat...

Dylan is bij de tandarts. Dat is...

Berat geeft les. Hij vertelt over...

Wij willen wat leuks doen. We gaan...

Chris neemt zijn pillen. Hij heeft pijn in zijn...

Ali werkt in een fabriek. Hij wil...

Samira heeft een gesprek met haar baas. Ze praten over...

Mijn opa gaat elke dag wandelen. Dat is...

Mijn vader luistert graag naar het nieuws. Hij luistert ook naar...

Aaron is schilder. Hij schildert meestal...

Myra en Liz gaan naar een café. Ze willen graag...

Kevin werkt in een restaurant. Hij maakt vandaag...

Ibrahim heeft een kar met spullen. Hij brengt de spullen …

Paula heeft een brief gekregen. De brief is van...

Pari gaat elke dag met de bus. Vandaag gaat ze...

Het vliegveld is ver weg. We gaan naar het vliegveld met...

David heeft een boot. Hij gebruikt de boot om te...

Robin loopt snel naar school. Hij is...

Ik ga vaak met de bus. Ik ga dan naar...

Mai kijkt niet naar het nieuws. Ze vindt het nieuws...

Bob houdt niet van zwemmen. Hij gaat liever...

Madee heeft een auto. Ze gaat met de auto naar...

Tara wil een motor kopen. Een motor is...

Mia maakt zelf kleren. Vandaag maakt ze een...

Priya maakt saus. Haar dochters willen...

Tuan zit op school. Hij heeft volgende week...

Tamal moet remmen. Hij ziet een...

Peter speelt met zijn zoon. Ze zijn...

Inez gaat naar een concert. Ze gaat...

Lucia wil nieuw werk. Ze vindt haar oude werk...

Ali kan niet goed lopen. Hij heeft pijn aan zijn...

Malik gaat vandaag niet sporten. Hij heeft geen...

Yaira werkt bij een apotheek. Ze werkt daar...

Jonas werkt altijd buiten. Dat is...

Scott doet een opleiding. Hij vindt leren...

Fausia stapt uit de boot. Ze loopt naar...

Janine leert Nederlands. Ze praat met de lerares over...

Jessie moet langer werken vandaag. Ze mag pas om acht uur ___ .

Aaliyah pakt eerst een kopje koffie. Daarna gaat ze...

Rico krijgt een prik. Hij is...

Michael houdt niet van tennis. Hij houdt meer van...

William neemt een drankje. Dat helpt tegen...

Mohammed maakt auto’s. Dat vindt hij...

Jakob zoekt een taxi. Hij wil...

Kevin zit in de klas. Hij heeft een vraag over...

Josh heeft de hele dag gelopen. Hij wil nu...

Wil jij op mijn kinderen passen? Ik ga vanavond...

Gina kijkt vaak televisie. Ze houdt van programma's over...

Jim staat voor de school. Hij wacht op…

Ik lees vaak. Ik lees graag...

Josh koopt een krant in de winkel. Hij koopt ook...

Michelle maakt huiswerk. Ze vindt het huiswerk...

Paul viert zijn verjaardag. Hij is...

Rima en haar dochter zijn in de keuken. Haar dochter wil...

Bilal gaat naar de bioscoop. Hij gaat met zijn...

Sylvia is kapper. Ze moet vandaag veel...

Jason gaat graag naar school. Hij kan goed...

Claire kijk uit het raam. Ze kijkt naar...

Omid leest 's ochtends altijd eerst de krant. Daarna gaat hij...

Lin zoekt werk. Ze gaat naar...

Siham volgt een cursus. Ze leert...

Noah leest een bericht in de krant. Het bericht gaat over...

Tim is jarig. Zijn zus geeft hem een...

Judy leest een tijdschrift. Soms leest ze ook...

Arif wacht op de bus. De bus komt...

Samira gaat naar haar ouders. Ze gaan samen...

Ik drink geen alcohol. Ik drink wel graag...

Mandy eet vaak chips als ze een film kijkt. Ze eet soms ook...

Sandra moet vandaag veel doen. Ze moet...

Bart gaat bijna elke dag met de auto. Hij rijdt dan naar...

Hassan maakt zijn brommer. Het wiel is...

Sophia houdt van rijst. Ze kookt dat...

Naima wil kapper worden. Ze leert...

Filip maakt de badkamer schoon. Hij vindt dat...

Finn kijkt nu televisie. Hij gaat straks...

Sonya houdt van muziek. Ze luistert...

Jara is zwanger. Ze krijgt...

Anna wast de paprika. Ze gaat…

Stanley wil een groter huis. Hij wil ook...

Liam kan niet goed zien. Hij moet...

Stefana vindt wandelen leuk. Ze doet dat...

Mae heeft een nieuwe auto. Ze kan nu...

Lei speelt op straat. Dat is...

Brian fietst naar zijn werk. Hij gaat liever niet…

Ananda is aan het koken. Ze maakt...

Aaron is dokter. Hij werkt...

Vera doet suiker in haar thee. Haar thee wordt zo...

David is dik. Hij eet elke dag...

Felix gaat elke dag zwemmen. Soms gaat hij ook...

Aaron gaat donderdag op reis. Hij vindt dat...

Anisa maakt huiswerk op de computer. Ze doet dat...

Sasha heeft een hond. Ze heeft ook...

Nicole gaat naar de tandarts. Ze heeft pijn aan haar...

Tariq eet alleen. Hij vindt dat...

Sou eet graag maïs. Ze eet maïs meestal met...

Ik heb wortels gekocht. Ik koop de wortels voor...

Samira heeft pijn aan haar rug. Ze kan niet goed...

Stefan belt met zijn zus. Zijn zus is...

Gary leest zijn dochter voor. Lezen is...

Amel sport graag. Sporten is...

Harry is gevallen. Hij heeft...

Esra is ziek. Ze vindt dat...

Samir is te laat voor de trein. Hij moet nu...

Ella bakt koekjes. Ze bakt de koekjes voor...

Ik ga morgen brood kopen. Brood koop ik meestal...

Sara praat met haar buurvrouw. Ze praten over...

Zola maakt het huis schoon. Ze doet dat...

Pedro woont op een boerderij. Hij heeft daar...

Paul heeft honger. Zijn moeder geeft hem...

Ivan is niet blij met zijn werk. Hij vindt zijn werk te...

Orma heeft leuke buren. Ze gaat met haar buren...

Philippa zit in de tuin. Ze zit ook vaak...

Ismet heeft groenten in zijn tuin. Hij gaat de groenten...

Simon wil leraar worden. Hij moet veel...

Peter maakt machines. Hij werkt vaak...

Kenny zoekt op internet. Hij zoekt naar ___ .

Samuel heeft vandaag les. Hij gaat morgen...

Michelle kijkt vaak films. Ze houdt van films over...

Xuan is in de supermarkt. Ze wil...

Rasha werkt op een kantoor. Het kantoor is...

Christina belt met haar moeder. Ze praten over...

Victor heeft een nieuw huis. Hij gaat morgen...

Jim gaat naar het strand. Het is daar...

Liyen gaat vanavond koken. Ze gaat eerst...

De klas is leeg. Iedereen is...

Er komen nieuwe huizen in onze buurt. Ik vind dat...

Pedro doet de lamp aan. Het is...

De stoel is kapot. Jaimy gaat de stoel...

Carla drinkt een glas water. Ze doet dat...

Carlos is vrij. Hij gaat...

De familie Wang woont in een leuke straat. Zij wonen naast...

Savita gaat solliciteren. Ze wil...

Jacques is leraar. Hij geeft...

Priya doet een opleiding. Later wordt ze...

Isa heeft pauze. Ze belt met haar...

De trein is vol. Hanna moet...

Jafar houdt niet van dansen. Hij vindt dansen...

Simone leest graag een krant. Ze koopt hem...

Salih is bakker. Hij werkt meestal...

Zarina moet de vis eerst schoonmaken. Daarna gaat ze hem...

Jack wil de muziek niet horen. Hij vindt de muziek...

Tony eet brood. Hij eet het brood met...

Dunya gaat naar een feest. Het feest is van haar...

Ik lees het nieuws op mijn telefoon. Mijn man leest het nieuws...

Nick zoekt werk. Hij wil graag werken bij...

Felipe houdt van lezen. Hij koopt elke maand...

Eliza is morgen jarig. Haar vader…

Johnny is moe. Hij wil...

Nancy en Oscar zitten in de bioscoop. Ze vinden de film...

Lizzie en haar moeder gaan met het vliegtuig. Lizzie vindt dat...

Omar koopt vis. Hij koopt ook...

Hannah maakt haar huis schoon. Ze doet dat...

John woont bij een bos. Hij gaat daar elk weekend...

Halil rijdt in een vrachtwagen. Hij vindt dat...

Mijn broer houdt niet van varen. Hij wordt altijd ziek op...

Mijn vader loopt met een stok. Mijn vader is...

Daniëlle gaat studeren. Ze pakt haar...

De broer van Souad heeft een baby gekregen. Souad is...

Pablo speelt gitaar. Hij oefent...

Dafne kan goed zingen. Ze kan ook goed...

Rahime heeft Nederlandse les. Ze vindt haar docent...

Mina werkt bij de supermarkt. Ze werkt daar…

Fico woont ver van zijn werk. Hij moet elke dag...

Loes is ziek. Zij gaat vandaag…

Grace houdt niet van groente. Ze vindt dat...

Louis gaat op de scooter naar zijn werk. Hij doet dat...

Anna is bij de dokter. Ze krijgt...

Het eten is heel warm! Je moet...

Jie is op de markt. Hij ziet...

Louis gebruikt de computer. Hij wil...

De man belt in de auto. Dat is...

Laura heeft veel collega's. Ze gaan samen...

De koning is op het nieuws. Hij vertelt over...

Sanne kan niet goed koken. Het eten is...

Quito eet vandaag niet thuis. Hij eet...

Jing maakt de borden schoon. Daarna gaat ze...

Sarina reist met de bus. Zij gaat naar…

Gabriel maakt een opdracht. Hij doet dat...

Emma doet een opleiding. Dat is...

Daniël heeft pijn aan zijn kies. Hij gaat naar...

Nora en Souffian wonen in een dorp. Ze wonen liever...

Leon is verkouden. Hij moet...

Arnold is schoonmaker. Hij werkt in...

John en zijn dochter bakken samen taart. Ze vinden dat...

Leon speelt gitaar. Hij doet dat...

’s Avonds doe ik mijn ring af. Ik leg mijn ring altijd...

Ryan heeft weinig geld. Hij werkt...

Esma wil lerares worden. Zij gaat …

Ryan wil een film zien. Hij gaat naar...

Melissa wacht op het station. Ze wacht op haar...

Fatima koopt een fiets. Ze gaat met de fiets naar…

Nick wil naar zijn familie. Hij reist met...

Sabir heeft een nieuwe baan. Hij werkt bij...

Rhonda is haar sleutel kwijt. Nu moet ze...

Maja maakt soep. De soep is...

Mijn auto is kapot. Nu moet ik...

De kinderen lezen samen. In het boek staat...

Rafael heeft een telefoon. Hij belt elke dag met zijn...

Manuel is buschauffeur. Hij rijdt...

Roy wil zijn vriend spreken. Hij gaat...

Katya volgt een opleiding. Ze wil ___

Het is warm vandaag. Ana wil...

Jan heeft zijn arm gebroken. Hij moet nu...

Imani vindt school leuk. Zij houdt van...

Emma wast haar handen. Ze gaat...

Fanya is op de markt. Ze zoekt...

Malik heeft een nieuwe bank gekocht. De oude bank was...

Marco heeft zin in koffie. Hij wil ook...

Karim heeft pijn in zijn rug. Hij moet...

Dave is niet blij met zijn haar. Zijn haar is...

Hetty is klaar met koken. Ze roept...

Pablo gaat vaak met de trein. Hij gaat dan naar...

Jasmine gaat naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis zijn ___

Mia moet snel naar huis. Ze gaat met de...

Pascal vindt zijn werk moeilijk. Hij wil...

Mijn zus rijdt altijd hard. Ik vind dat...

Samuel praat met zijn baas. Hij vraagt...

Noor werkt in een winkel. Ze verkoopt broeken en ook...

Maya doet de gordijnen dicht. Ze gaat...

Dave werkt in een café. Hij moet daar...

Sasha gaat naar de bioscoop. Ze kijkt...

Ik wil zieke mensen helpen. Ik vind dat...

Karima gaat naar de dokter. Ze voelt zich...

Shanna heeft haar diploma. Ze is...

Samuel vindt de pauze leuk. Hij gaat dan...

Kun je mij een lepel geven? Ik wil...

Mo zit aan tafel. Hij schrijft een brief aan zijn...

Kris werkt in de tuin. Hij doet dat…

Linn heeft niet goed geslapen. Ze blijft...

Maryam kookt voor Dina. Maryam maakt...

Er ligt rommel op straat. Dat is...

Johan heeft veel boeken. Hij houdt van…

Maria leest een boek. Ze vindt het...

Ik heb een computer met internet. Die gebruik ik...

Het bord van Sahid is gevallen. Sahid is...

Kevin heeft huiswerk. Hij moet veel...

Chen verkoopt bloemen. Ze doet dat...

Het is druk op het station. Er zijn veel...

Shing heeft zijn arm gebroken. Hij mag niet...

Abel is op school. Hij heeft...

Alex is ziek. Hij heeft pijn aan...

Ik eet graag brood. Ik houd niet van...

Sophie is vaak in het bos. Ze kijkt graag naar...

Fred gaat naar school. Hij heeft les tot...

Sjaak werkt in een fabriek. Daar werkt hij...

Maria kan goed koken. Ze kookt meestal...

Ik heb een nieuwe tafel gekocht. Wil jij mijn oude tafel...?

Mag ik jouw brommer lenen? Mijn brommer is...

Tess eet veel fruit. Fruit is...

Emma schrijft alles op. Daarna gaat ze...

Alex wil nieuwe schoenen. Hij gaat naar...

Jamila maakt kleding. Die kleding is voor...

Sita geeft taart aan haar opa. Hij vindt dat...

Thomas ligt in het ziekenhuis. Hij vindt dat...

De dochter van Sophia kijkt veel tv. Ze kan beter gaan...

Ik houd van tekenen. Ik teken...

De les is afgelopen. We willen nu...

Wil je mijn huis zien? Ik woon hier...

Nadia heeft kip gekocht. Ze gaat de kip eerst...

Alice werkt in een ziekenhuis. Zij is daar...

Martin eet elke ochtend een ei. Zijn vrouw eet meestal...

Edgar en Joko koken samen. Ze doen dat...

De auto van Leah is kapot. Ze brengt de auto naar...

Hannah eet graag vis. Ze haalt die vis...

Jessie houdt van muziek. Ze speelt graag...

Inez en Luis bouwen een huis. Het huis heeft nog geen...

Ik ga straks naar Hamza. Hij is...

Hassan werkt in een restaurant. Hij leert daar...

In de stad rijden veel brommers. Ik vind dat...

Laila moet elke dag vroeg opstaan. Soms is ze...

Caro eet vaak appels. Zij houdt ook van…

De zoon van Samira gaat naar school. Samira vindt dat...

Pia woont naast een park. Ze gaat daar...

Wayan drinkt koffie met zijn buurman. Hij vindt dat...

De bus is vaak te laat. Paul vindt dat...

Mijn buurman maakt graag muziek. Dat vind ik...

Mijn benzine is op. Nu moet ik...

Het is druk op de weg. Emir vindt dat...

Lea is in het ziekenhuis. Ze wil...

Johnny is vrij op zaterdag. Hij gaat...

Sita bakt een taart. Haar kinderen vinden…

Mijn vader heeft een paard. Hij gaat...

Odara ruimt het huis op. Ze legt de kleren...

Nasira woont bij de supermarkt. Ze woont ook bij...

Iedereen is blij. Het is...

Lily gaat elke dinsdag sporten. Ze eet daarna altijd...

Het fruit is op. Ik ga nu naar...

Mo en zijn familie spelen een spel. Daarna gaan ze...

Sasha eet niet altijd thuis. Ze gaat vaak naar...

Debra zit op school. Ze maakt veel…

Andres werkt op het land. Het werk is...

Shun wil niet eten. Hij wil liever...

Dael heeft veel geld. Hij werkt...

Dany heeft hoofdpijn. Ze wil...

Ons dak is kapot. Wij moeten...

Ahmed brengt zijn zoon naar het vliegveld. Zijn zoon gaat...

Dina wast haar handen. Haar handen zijn…

Ik ga naar de huisarts. Hij geeft mij...

Ik heb soep gemaakt. Wil jij mijn soep...?

Jamal heeft een nieuwe scooter. Hij kan nu...

Alec gaat naar school. Hij wil graag...

Tanya is bakker. Ze verkoopt...

Max draagt een helm op zijn werk. Dat moet van zijn...

Dario zit op school. Hij maakt een...

Het huis van Tania is heel groot. Haar huis heeft...

Rico eet vaak snoep. Snoep is slecht voor...

Karl gaat met zijn dochter naar de dierentuin. Ze kijken naar...

Carlos maakt muziek. Hij doet dat...

Brenda doet een opleiding. Ze moet iedere avond...

Een mug heeft mij geprikt. Nu krijg ik...

Simon bouwt een huis. Het huis wordt..

Alex gaat altijd met de trein. Ik ga graag met...

Kei eet 's avonds met zijn familie. Dat vindt hij ___

Remi werkt op de markt. Hij verkoopt…

Saïd is te laat op zijn werk. Zijn baas is...

Laiqa werkt elke dag buiten. Ze houdt van...

Steven is in het ziekenhuis. Hij gaat morgen...

Ik eet nooit druiven. Ik vind druiven...

Ming rijdt vaak op zijn scooter. Hij wil niet...

Carlos gaat vroeg slapen. Hij is...

Ik heb geen auto. Een auto is...

Masha kan vandaag zitten in de bus. Soms moet ze...

Adam is aan het koken. Hij maakt...

Saïd heeft vakantie. Hij gaat...

Jack koopt tomaten. Hij koopt ook...

Het regent al de hele dag. William wil...

Tirza koopt een nieuw bed. Ze koopt ook...

Sven komt uit het ziekenhuis. Hij is...

Ik ben op zoek naar het treinstation. Kunt u mij...

De baas van Patrick is boos. Patrick vindt dat...

Barry is geslaagd voor zijn examen. Hij krijgt...

Het is druk in de stad. Er zijn veel...

Karin kijkt naar het journaal. Ze doet dat...

Lucia heeft haar been gebroken. Nu kan ze niet...

Nikki zoekt een nieuw huis. Ze wil graag...

Het is zondag. Eva gaat op zondag altijd naar...

Joel heeft een vieze keuken. Hij moet...

Franco gaat verhuizen. Zijn nieuwe huis heeft een...

Ik ben ziek. Ik ga morgen niet...

Kay zoekt een nieuw huis. Hij vindt zijn oude huis...

Kwasi is chauffeur. Hij rijdt...

De dokter praat met Sofia. De dokter geeft Sofia...

Nina speelt in de tuin. Ze speelt met...

Het is koud in het huis van Faiz. Hij wil...

Shaila draagt een rugzak naar school. In de rugzak zit...

Hannah leert Nederlands. Ze leert ook...

Raheem heeft een fijn huis. Hij woont daar met...

Christo heeft dorst. Hij drinkt een glas...

Khalid is visser. Na het werk is hij vaak...

Dimitri werkt in een garage. Hij maakt...

Julio gaat verhuizen. Hij moet...

Mijn trein vertrekt over een half uur. Ik ga nu...

Iwan wil gezond zijn. Hij drinkt geen...

Abdul stuurt zijn familie elke week een e-mail. Hij schrijft dan over...

Caro gaat vaak met de bus naar school. Soms gaat ze...

Mijn baas fietst elke dag. Ik doe dat...

Johanna doet suiker in haar koffie. Suiker is...

Tara zoekt werk. Ze kijkt in...

Ik ga naar mijn zus. Mijn zus woont...

Achmed is klaar met school. Hij gaat...

Aziz loopt elke dag. Hij loopt naar...

Romeo werkt op een school. Hij geeft les aan...

Mira heeft zin in koffie. Ze drinkt koffie met...

Thirza wil later in het ziekenhuis werken. Ze moet eerst...

Mariam praat met de leraar. Mariam praat ook met haar...

Max voetbalt graag. Voetballen is…

Yvonne doet haar spullen in dozen. Zij gaat morgen…

Kevin eet een salade met paprika. In de salade zit ook...

Lea eet graag in een restaurant. Ze vindt dat...

We gaan mijn broer ophalen. Hij heeft geen...

Frank leest de krant. Hij leest over..

Het is donker. Ik reis dan liever niet met...

Claire leert Nederlands. Ze vindt Nederlands...

Stephan moet sporten van de dokter. Hij gaat...

Het is slecht weer. Gaan we met de...?

David en Maria rijden naar de stad. Ze zoeken...

Jamal woont in een flatgebouw. Hij wil graag...

Gary woont bij het strand. Hij wil het liefst...

David werkt in een ziekenhuis. Hij is...

Sam is vandaag op school. Hij gaat straks naar…

Het is stil in de klas. De leerlingen...

Kun je mij naar het station brengen. Ik moet op tijd...

Mike heeft pijn aan zijn been. Hij heeft ook pijn aan zijn...

Scroll to Top