Welcome to your Spreken02-Random
Paul heeft honger. Zijn moeder geeft hem...
Han heeft zijn diploma gehaald. Hij gaat nu...
Aaron is dokter. Hij werkt...
Nadia heeft kip gekocht. Ze gaat de kip eerst...
Hannah maakt haar huis schoon. Ze doet dat...
Ik heb een computer met internet. Die gebruik ik...
Peter speelt met zijn zoon. Ze zijn...
Shaila draagt een rugzak naar school. In de rugzak zit...
Lin zoekt werk. Ze gaat naar...
Rachel zingt vaak alleen. Soms zingt ze ook...
Nora en Souffian wonen in een dorp. Ze wonen liever...
Wayan drinkt koffie met zijn buurman. Hij vindt dat...
Samuel vindt de pauze leuk. Hij gaat dan...
Mijn vader loopt met een stok. Mijn vader is...
Tuan zit op school. Hij heeft volgende week...
Rasha werkt op een kantoor. Het kantoor is...
Ik ben ziek. Ik ga morgen niet...
Sven komt uit het ziekenhuis. Hij is...
Sonya houdt van muziek. Ze luistert...
Monica wil graag een huis met een tuin. Ze vindt dat...
Het is druk op het station. Er zijn veel...
Hue wil naar de markt. Ze gaat...
Mira heeft zin in koffie. Ze drinkt koffie met...
Sita bakt een taart. Haar kinderen vinden…
Ibrahim heeft een kar met spullen. Hij brengt de spullen …
Mai kijkt niet naar het nieuws. Ze vindt het nieuws...
De les begint om 11 uur. Hetty gaat...
Ons dak is kapot. Wij moeten...
Edgar en Joko koken samen. Ze doen dat...
Zola maakt het huis schoon. Ze doet dat...
Simon bouwt een huis. Het huis wordt..
Jim gaat naar het strand. Het is daar...
Leon speelt gitaar. Hij doet dat...
Berat geeft les. Hij vertelt over...
Nikki zoekt een nieuw huis. Ze wil graag...
Daniëlle gaat studeren. Ze pakt haar...
Johanna doet suiker in haar koffie. Suiker is...
Kei eet 's avonds met zijn familie. Dat vindt hij ___
Wij willen wat leuks doen. We gaan...
Christo heeft dorst. Hij drinkt een glas...
Er ligt rommel op straat. Dat is...
Ali kan niet goed lopen. Hij heeft pijn aan zijn...
Odara ruimt het huis op. Ze legt de kleren...
Karim heeft pijn in zijn rug. Hij moet...
Philippa zit in de tuin. Ze zit ook vaak...
Frank leest de krant. Hij leest over..
De trein is vol. Hanna moet...
Kevin eet een salade met paprika. In de salade zit ook...
Malik gaat vandaag niet sporten. Hij heeft geen...
Mariam praat met de leraar. Mariam praat ook met haar...
Dimitri werkt in een garage. Hij maakt...
Ik heb deze krant gelezen. Wil jij de krant nu..?
Sam is vandaag op school. Hij gaat straks naar…
Halil rijdt in een vrachtwagen. Hij vindt dat...
Sophie is vaak in het bos. Ze kijkt graag naar...
Karima gaat naar de dokter. Ze voelt zich...
John en zijn dochter bakken samen taart. Ze vinden dat...
Mijn opa zit op de bank. Hij kijkt naar...
Mijn vader heeft een paard. Hij gaat...
Scott doet een opleiding. Hij vindt leren...
Paul gaat vroeg naar bed. Hij moet morgen...
Filip maakt de badkamer schoon. Hij vindt dat...
Ming rijdt vaak op zijn scooter. Hij wil niet...
Samira heeft een gesprek met haar baas. Ze praten over...
Fred gaat naar school. Hij heeft les tot...
Sjaak werkt in een fabriek. Daar werkt hij...
Judy leest een tijdschrift. Soms leest ze ook...
Jessie houdt van muziek. Ze speelt graag...
Ik ga straks naar Hamza. Hij is...
Abel is op school. Hij heeft...
Ella bakt koekjes. Ze bakt de koekjes voor...
De koning is op het nieuws. Hij vertelt over...
Maria heeft griep. Ze moet...
Josh koopt een krant in de winkel. Hij koopt ook...
Carlos gaat vroeg slapen. Hij is...
Esma wil lerares worden. Zij gaat …
Max draagt een helm op zijn werk. Dat moet van zijn...
Mohammed maakt auto’s. Dat vindt hij...
Stephan moet sporten van de dokter. Hij gaat...
Anna’s huis is te klein. Ze wil snel...
Er is ingebroken bij Ben. Hij belt naar...
Ik ga vaak met de bus. Ik ga dan naar...
Katya volgt een opleiding. Ze wil ___
Esra is ziek. Ze vindt dat...
Louis gaat op de scooter naar zijn werk. Hij doet dat...
Mijn telefoon is kapot. Nu kan ik niet...
Ik ben op zoek naar het treinstation. Kunt u mij...
Samuel praat met zijn baas. Hij vraagt...
Nicole gaat naar de tandarts. Ze heeft pijn aan haar...
Alec gaat naar school. Hij wil graag...
Claire kijk uit het raam. Ze kijkt naar...
Harold is niet alleen. Hij heeft...
Michelle maakt huiswerk. Ze vindt het huiswerk...
Thomas ligt in het ziekenhuis. Hij vindt dat...
Madee heeft een auto. Ze gaat met de auto naar...
Sam loopt het lokaal uit. Hij gaat...
Tara zoekt werk. Ze kijkt in...
Mijn buurman maakt graag muziek. Dat vind ik...
Inez en Luis bouwen een huis. Het huis heeft nog geen...
Michelle kijkt vaak films. Ze houdt van films over...
Mia maakt zelf kleren. Vandaag maakt ze een...
Salih is bakker. Hij werkt meestal...
Saïd is te laat op zijn werk. Zijn baas is...
Arjun moet elke dag reizen naar zijn werk. Hij werkt in...
Mijn trein vertrekt over een half uur. Ik ga nu...
Samira heeft pijn aan haar rug. Ze kan niet goed...
Rahime heeft Nederlandse les. Ze vindt haar docent...
Ik eet graag brood. Ik houd niet van...
Mike heeft pijn aan zijn been. Hij heeft ook pijn aan zijn...
Laiqa werkt elke dag buiten. Ze houdt van...
Ik heb een nieuwe tafel gekocht. Wil jij mijn oude tafel...?
Het is druk in de stad. Er zijn veel...
Ik eet nooit kip. Dat vind ik...
Josh heeft de hele dag gelopen. Hij wil nu...
Er komen nieuwe huizen in onze buurt. Ik vind dat...
Achmed is klaar met school. Hij gaat...
In de stad rijden veel brommers. Ik vind dat...
Miguel stopt met werken. Hij is...
Harry is gevallen. Hij heeft...
Mia moet snel naar huis. Ze gaat met de...
In het eten zitten pepers. Ik vind dat...
Megan gaat vandaag verhuizen. Ze woont straks...
De dokter praat met Sofia. De dokter geeft Sofia...
Het eten is heel warm! Je moet...
Fatima koopt een fiets. Ze gaat met de fiets naar…
Sylvia is kapper. Ze moet vandaag veel...
Ismet heeft groenten in zijn tuin. Hij gaat de groenten...
Robin loopt snel naar school. Hij is...
Mina werkt bij de supermarkt. Ze werkt daar…
Sanne kan niet goed koken. Het eten is...
Fanya is op de markt. Ze zoekt...
David is dik. Hij eet elke dag...
Paula heeft een brief gekregen. De brief is van...
Dunya gaat naar een feest. Het feest is van haar...
Hetty is klaar met koken. Ze roept...
Masha kan vandaag zitten in de bus. Soms moet ze...
Thirza wil later in het ziekenhuis werken. Ze moet eerst...
Emma schrijft alles op. Daarna gaat ze...
Tariq eet alleen. Hij vindt dat...
Kun je mij een lepel geven? Ik wil...
Arnold is schoonmaker. Hij werkt in...
Samira gaat naar haar ouders. Ze gaan samen...
Mo zit aan tafel. Hij schrijft een brief aan zijn...
Sita geeft taart aan haar opa. Hij vindt dat...
Arif wacht op de bus. De bus komt...
Jason gaat graag naar school. Hij kan goed...
Ivan is niet blij met zijn werk. Hij vindt zijn werk te...
Maria kan goed koken. Ze kookt meestal...
Hassan maakt zijn brommer. Het wiel is...
Jacques is leraar. Hij geeft...
Ananda is aan het koken. Ze maakt...
Pia woont naast een park. Ze gaat daar...
Gary woont bij het strand. Hij wil het liefst...
Janek heeft koorts. Zijn moeder geeft hem...
Adam is aan het koken. Hij maakt...
Isa heeft pauze. Ze belt met haar...
Paul viert zijn verjaardag. Hij is...
Savita gaat solliciteren. Ze wil...
Franco gaat verhuizen. Zijn nieuwe huis heeft een...
Steven is in het ziekenhuis. Hij gaat morgen...
Stefana vindt wandelen leuk. Ze doet dat...
Het is warm vandaag. Ana wil...
Ling wil iets eten. Ze eet liever geen...
Nasir zoekt een nieuw huis. Hij wil een huis met...
Jara is zwanger. Ze krijgt...
Jim staat voor de school. Hij wacht op…
Souad koopt bananen op de markt. Ze koopt ook...
Marco is ziek. Hij belt...
Karin kijkt naar het journaal. Ze doet dat...
Maria leest een boek. Ze vindt het...
Bilal gaat naar de bioscoop. Hij gaat met zijn...
Eliza is morgen jarig. Haar vader…
Loes is ziek. Zij gaat vandaag…
Siham volgt een cursus. Ze leert...
Kevin zit in de klas. Hij heeft een vraag over...
Hiba houdt van katten . Ze houdt niet van…
David en Maria rijden naar de stad. Ze zoeken...
Ik ga morgen brood kopen. Brood koop ik meestal...
Yun eet 's ochtends niet veel. Ze eet dan alleen...
Jan heeft zijn arm gebroken. Hij moet nu...
Samir is te laat voor de trein. Hij moet nu...
Sou eet graag maïs. Ze eet maïs meestal met...
We gaan mijn broer ophalen. Hij heeft geen...
Die sinaasappel is oud. Je moet de sinaasappel..
De stoel is kapot. Jaimy gaat de stoel...
Debra zit op school. Ze maakt veel…
Emma wast haar handen. Ze gaat...
Jessy koopt een kaartje. Ze gaat…
Inez gaat naar een concert. Ze gaat...
Iwan wil gezond zijn. Hij drinkt geen...
Leyla slaapt samen met haar zus in een kamer. Zij vinden dat...
Mijn vader luistert graag naar het nieuws. Hij luistert ook naar...
Het bord van Sahid is gevallen. Sahid is...
Imani vindt school leuk. Zij houdt van...
Ik heb wortels gekocht. Ik koop de wortels voor...
Sarina reist met de bus. Zij gaat naar…
Alice werkt in een ziekenhuis. Zij is daar...
Cai werkt met hout. Hij maakt...
Stefan belt met zijn zus. Zijn zus is...
Mijn benzine is op. Nu moet ik...
Finn kijkt nu televisie. Hij gaat straks...
Wil jij op mijn kinderen passen? Ik ga vanavond...
Chris neemt zijn pillen. Hij heeft pijn in zijn...
Het is zondag. Eva gaat op zondag altijd naar...
Maya doet de gordijnen dicht. Ze gaat...
Saïd heeft vakantie. Hij gaat...
Maria leest op zondag de krant. Ze leest soms...
Jamal heeft een nieuwe scooter. Hij kan nu...
Ik ga een taart maken. Wil jij...?
Naima wil kapper worden. Ze leert...
Mijn auto is kapot. Nu moet ik...
’s Avonds doe ik mijn ring af. Ik leg mijn ring altijd...
Het is stil in de klas. De leerlingen...
Kenji rookt al twintig jaar sigaretten. Dat is...
Khalid is visser. Na het werk is hij vaak...
Lily gaat elke dinsdag sporten. Ze eet daarna altijd...
Marco heeft zin in koffie. Hij wil ook...
Ana is niet blij met haar huis. Ze vindt haar huis...
Ik eet nooit druiven. Ik vind druiven...
Hassan werkt in een restaurant. Hij leert daar...
Hannah leert Nederlands. Ze leert ook...
Zina kookt met veel kruiden. Zo wordt haar eten...
Kay zoekt een nieuw huis. Hij vindt zijn oude huis...
Johnny is vrij op zaterdag. Hij gaat...
Ahmed brengt zijn zoon naar het vliegveld. Zijn zoon gaat...
Rhonda is haar sleutel kwijt. Nu moet ze...
Tirza koopt een nieuw bed. Ze koopt ook...
Carmen eet elke dag een banaan. Soms eet ze ook...
Noah leest een bericht in de krant. Het bericht gaat over...
Lea is in het ziekenhuis. Ze wil...
Aziz loopt elke dag. Hij loopt naar...
Mijn baas fietst elke dag. Ik doe dat...
Mevrouw Perez heeft geen auto meer. Nu moet ze...
Ik lees het nieuws op mijn telefoon. Mijn man leest het nieuws...
Sasha eet niet altijd thuis. Ze gaat vaak naar...
De baas van Patrick is boos. Patrick vindt dat...
Brenda doet een opleiding. Ze moet iedere avond...
Ayla eet haar ontbijt snel op. Ze heeft...
Tara wil een motor kopen. Een motor is...
Ik ga naar mijn zus. Mijn zus woont...
Mae heeft een nieuwe auto. Ze kan nu...
Shun wil niet eten. Hij wil liever...
Andres werkt op het land. Het werk is...
Laila moet elke dag vroeg opstaan. Soms is ze...
Melissa wacht op het station. Ze wacht op haar...
Karim leest het weerbericht. Het weer wordt...
Jafar houdt niet van dansen. Hij vindt dansen...
Carlos is vrij. Hij gaat...
Li en Chen gaan iets drinken. Ze drinken...
David heeft een boot. Hij gebruikt de boot om te...
Ryan wil een film zien. Hij gaat naar...
Martin stelt een vraag aan de docent. De vraag gaat over...
Jonas werkt altijd buiten. Dat is...
Sara lacht. Zij is…
Sandra moet vandaag veel doen. Ze moet...
Mijn opa gaat elke dag wandelen. Dat is...
Xuan is in de supermarkt. Ze wil...
Julio gaat verhuizen. Hij moet...
Zarina moet de vis eerst schoonmaken. Daarna gaat ze hem...
Shanna heeft haar diploma. Ze is...
Yaira werkt bij een apotheek. Ze werkt daar...
Samuel heeft vandaag les. Hij gaat morgen...
Brian fietst naar zijn werk. Hij gaat liever niet…
Het is slecht weer. Gaan we met de...?
Monica maakt graag foto's. Ze maakt het liefst foto's van...
Kenny zoekt op internet. Hij zoekt naar ___ .
Joel heeft een vieze keuken. Hij moet...
Ik houd van tekenen. Ik teken...
Jim heeft haast. Hij moet snel naar...
Simone leest graag een krant. Ze koopt hem...
Claire leert Nederlands. Ze vindt Nederlands...
Jack koopt tomaten. Hij koopt ook...
De les is afgelopen. We willen nu...
Ryan heeft weinig geld. Hij werkt...
Vera doet suiker in haar thee. Haar thee wordt zo...
Louis gebruikt de computer. Hij wil...
William neemt een drankje. Dat helpt tegen...
Ali werkt in een fabriek. Hij wil...
Mag ik jouw brommer lenen? Mijn brommer is...
Leon is verkouden. Hij moet...
Jessie moet langer werken vandaag. Ze mag pas om acht uur ___ .
Priya maakt saus. Haar dochters willen...
Pedro woont op een boerderij. Hij heeft daar...
Aaron gaat donderdag op reis. Hij vindt dat...
Jakob zoekt een taxi. Hij wil...
Aaron is schilder. Hij schildert meestal...
Shing heeft zijn arm gebroken. Hij mag niet...
Quito eet vandaag niet thuis. Hij eet...
Caro gaat vaak met de bus naar school. Soms gaat ze...
Alex is ziek. Hij heeft pijn aan...
Gabriel maakt een opdracht. Hij doet dat...
Lucia wil nieuw werk. Ze vindt haar oude werk...
Linn heeft niet goed geslapen. Ze blijft...
Dario zit op school. Hij maakt een...
Mijn broer zingt veel. Hij is...
Jamila maakt kleding. Die kleding is voor...
De broer van Souad heeft een baby gekregen. Souad is...
Jada maakt pannenkoeken voor haar familie. Zij doet dat...
Een mug heeft mij geprikt. Nu krijg ik...
Dael heeft veel geld. Hij werkt...
Michael houdt niet van tennis. Hij houdt meer van...
Lia wil meer geld voor haar werk. Dan kan ze...
Veel mensen praten in de les. Nena vindt dat...
Sasha heeft een hond. Ze heeft ook...
Sabir heeft een nieuwe baan. Hij werkt bij...
De kinderen lezen samen. In het boek staat...
Olga is ziek. Ze moet...
Malik heeft een nieuwe bank gekocht. De oude bank was...
Aaliyah pakt eerst een kopje koffie. Daarna gaat ze...
Victor heeft een nieuw huis. Hij gaat morgen...
Het huis van Tania is heel groot. Haar huis heeft...
Nick zoekt werk. Hij wil graag werken bij...
Raheem heeft een fijn huis. Hij woont daar met...
Carlos maakt muziek. Hij doet dat...
Ik ga naar de huisarts. Hij geeft mij...
Dafne kan goed zingen. Ze kan ook goed...
Het is druk op de weg. Emir vindt dat...
Abdul stuurt zijn familie elke week een e-mail. Hij schrijft dan over...
Het regent al de hele dag. William wil...
Sophia houdt van rijst. Ze kookt dat...
Roy wil zijn vriend spreken. Hij gaat...
Het fruit is op. Ik ga nu naar...
Mandy eet vaak chips als ze een film kijkt. Ze eet soms ook...
Bart gaat bijna elke dag met de auto. Hij rijdt dan naar...
Het vliegveld is ver weg. We gaan naar het vliegveld met...
Younes heeft veel vrienden. Hij gaat vaak met ze naar...
Pedro doet de lamp aan. Het is...
Pari gaat elke dag met de bus. Vandaag gaat ze...
Mijn zus rijdt altijd hard. Ik vind dat...
Hannah eet graag vis. Ze haalt die vis...
Liyen gaat vanavond koken. Ze gaat eerst...
Rico krijgt een prik. Hij is...
Felix gaat elke dag zwemmen. Soms gaat hij ook...
Lucia heeft haar been gebroken. Nu kan ze niet...
Pablo speelt gitaar. Hij oefent...
Remi werkt op de markt. Hij verkoopt…
Sonia zit in de bus. Ze gaat naar...
Ik drink geen alcohol. Ik drink wel graag...
Philip fietst op de weg. De weg is...
De man belt in de auto. Dat is...
Het regent onderweg. Marta wil...
Filiz koopt een nieuwe jas. Ze koopt ook...
De zoon van Samira gaat naar school. Samira vindt dat...
Nina speelt in de tuin. Ze speelt met...
Manuel is buschauffeur. Hij rijdt...
Kun je mij naar het station brengen. Ik moet op tijd...
Fausia stapt uit de boot. Ze loopt naar...
Karl gaat met zijn dochter naar de dierentuin. Ze kijken naar...
Anna is bij de dokter. Ze krijgt...
Isabel speelt graag met haar pop. Soms speelt ze ook met...
Priya doet een opleiding. Later wordt ze...
Sara praat met haar buurvrouw. Ze praten over...
Johnny is moe. Hij wil...
Alex gaat altijd met de trein. Ik ga graag met...
Alex wil nieuwe schoenen. Hij gaat naar...
Liam kan niet goed zien. Hij moet...
Kwasi is chauffeur. Hij rijdt...
Ik heb soep gemaakt. Wil jij mijn soep...?
Gary leest zijn dochter voor. Lezen is...
Aiden is bij de bakker. Hij wil...
Het is koud in het huis van Faiz. Hij wil...
De bus is vaak te laat. Paul vindt dat...
Jasmine gaat naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis zijn ___
Rima en haar dochter zijn in de keuken. Haar dochter wil...
John woont bij een bos. Hij gaat daar elk weekend...
Tamal moet remmen. Hij ziet een...
Ik heb geen auto. Een auto is...
Farid is zanger. Hij moet vandaag...
Tess eet veel fruit. Fruit is...
Diego houdt van koken. Hij kookt graag voor...
David werkt in een ziekenhuis. Hij is...
Yvonne doet haar spullen in dozen. Zij gaat morgen…
Jamal woont in een flatgebouw. Hij wil graag...
Maja maakt soep. De soep is...
Janine leert Nederlands. Ze praat met de lerares over...
Tony eet brood. Hij eet het brood met...
Tim is jarig. Zijn zus geeft hem een...
Barry is geslaagd voor zijn examen. Hij krijgt...
Chris heeft een computer. Hij gebruikt de computer om te...
De klas is leeg. Iedereen is...
Simon wil leraar worden. Hij moet veel...
De familie Wang woont in een leuke straat. Zij wonen naast...
Iedereen is blij. Het is...
Stanley wil een groter huis. Hij wil ook...
Rafael heeft een telefoon. Hij belt elke dag met zijn...
Mijn broer houdt niet van varen. Hij wordt altijd ziek op...
Nasira woont bij de supermarkt. Ze woont ook bij...
Christina belt met haar moeder. Ze praten over...
Lizzie en haar moeder gaan met het vliegtuig. Lizzie vindt dat...
Romeo werkt op een school. Hij geeft les aan...
Kevin werkt in een restaurant. Hij maakt vandaag...
Jack wil de muziek niet horen. Hij vindt de muziek...
Pablo gaat vaak met de trein. Hij gaat dan naar...
Felipe houdt van lezen. Hij koopt elke maand...
Emma doet een opleiding. Dat is...
Lea gaat naar haar kleinzoon. Ze geeft hem...
Omar koopt vis. Hij koopt ook...
Rico eet vaak snoep. Snoep is slecht voor...
Fico woont ver van zijn werk. Hij moet elke dag...
Selim kan zijn broer niet bellen. Hij stuurt zijn broer een...
Chen verkoopt bloemen. Ze doet dat...
Wil je mijn huis zien? Ik woon hier...
Ik wil zieke mensen helpen. Ik vind dat...
Tim drinkt graag koffie. Hij drinkt liever koffie dan…
Dina wast haar handen. Haar handen zijn…
Anisa maakt huiswerk op de computer. Ze doet dat...
Mo en zijn familie spelen een spel. Daarna gaan ze...
Daniël heeft pijn aan zijn kies. Hij gaat naar...
Nancy en Oscar zitten in de bioscoop. Ze vinden de film...
Tanya is bakker. Ze verkoopt...
Dave is niet blij met zijn haar. Zijn haar is...
Caro eet vaak appels. Zij houdt ook van…
Pascal vindt zijn werk moeilijk. Hij wil...
Lea eet graag in een restaurant. Ze vindt dat...
Ik lees vaak. Ik lees graag...
Jie is op de markt. Hij ziet...
Orma heeft leuke buren. Ze gaat met haar buren...
Maryam kookt voor Dina. Maryam maakt...
Is dat boek leuk? Ik wil het boek ook graag...
Amel sport graag. Sporten is...
Sasha gaat naar de bioscoop. Ze kijkt...
Dylan is bij de tandarts. Dat is...
Myra en Liz gaan naar een café. Ze willen graag...
Dave werkt in een café. Hij moet daar...
De bus rijdt langzaam. Lia wil...
Jing maakt de borden schoon. Daarna gaat ze...
Kevin heeft huiswerk. Hij moet veel...
Kris werkt in de tuin. Hij doet dat…
Lei speelt op straat. Dat is...
Grace houdt niet van groente. Ze vindt dat...
Johan heeft veel boeken. Hij houdt van…
Salim snijdt de uien. Zijn vrouw gaat...
Dave lust geen koffie. Hij drinkt liever...
Max voetbalt graag. Voetballen is…
Carla drinkt een glas water. Ze doet dat...
De auto van Leah is kapot. Ze brengt de auto naar...
Anna wast de paprika. Ze gaat…
Sari zoekt een cursusboek. Ze gaat naar...
Noor werkt in een winkel. Ze verkoopt broeken en ook...
In een grote stad wonen veel mensen. Ik vind dat...
Gina kijkt vaak televisie. Ze houdt van programma's over...
Dany heeft hoofdpijn. Ze wil...
Sarah is nooit ziek. Zij voelt zich altijd...
Laura heeft veel collega's. Ze gaan samen...
Het is donker. Ik reis dan liever niet met...
John houdt van paarden. Hij vindt paarden...
Martin eet elke ochtend een ei. Zijn vrouw eet meestal...
Omid leest 's ochtends altijd eerst de krant. Daarna gaat hij...
Nick wil naar zijn familie. Hij reist met...
Bob houdt niet van zwemmen. Hij gaat liever...
Peter maakt machines. Hij werkt vaak...
De dochter van Sophia kijkt veel tv. Ze kan beter gaan...