Spreken02-Random

Welcome to your Spreken02-Random

Finn kijkt nu televisie. Hij gaat straks...

Pari gaat elke dag met de bus. Vandaag gaat ze...

Sven komt uit het ziekenhuis. Hij is...

Simon wil leraar worden. Hij moet veel...

Ryan heeft weinig geld. Hij werkt...

Leon is verkouden. Hij moet...

Karim heeft pijn in zijn rug. Hij moet...

Jasmine gaat naar het ziekenhuis. In het ziekenhuis zijn ___

Ana is niet blij met haar huis. Ze vindt haar huis...

Maja maakt soep. De soep is...

Souad koopt bananen op de markt. Ze koopt ook...

Hue wil naar de markt. Ze gaat...

Jamila maakt kleding. Die kleding is voor...

Emma schrijft alles op. Daarna gaat ze...

Farid is zanger. Hij moet vandaag...

Tanya is bakker. Ze verkoopt...

Ik ga morgen brood kopen. Brood koop ik meestal...

Ik heb wortels gekocht. Ik koop de wortels voor...

Emma doet een opleiding. Dat is...

Tony eet brood. Hij eet het brood met...

De baas van Patrick is boos. Patrick vindt dat...

Sam is vandaag op school. Hij gaat straks naar…

Carlos gaat vroeg slapen. Hij is...

Gary woont bij het strand. Hij wil het liefst...

Peter speelt met zijn zoon. Ze zijn...

Jing maakt de borden schoon. Daarna gaat ze...

Inez gaat naar een concert. Ze gaat...

Louis gaat op de scooter naar zijn werk. Hij doet dat...

Jie is op de markt. Hij ziet...

Mae heeft een nieuwe auto. Ze kan nu...

Fausia stapt uit de boot. Ze loopt naar...

Mijn benzine is op. Nu moet ik...

De bus is vaak te laat. Paul vindt dat...

Ryan wil een film zien. Hij gaat naar...

Martin stelt een vraag aan de docent. De vraag gaat over...

Mijn broer houdt niet van varen. Hij wordt altijd ziek op...

Het is druk in de stad. Er zijn veel...

De auto van Leah is kapot. Ze brengt de auto naar...

Shaila draagt een rugzak naar school. In de rugzak zit...

Tess eet veel fruit. Fruit is...

Paula heeft een brief gekregen. De brief is van...

Het is stil in de klas. De leerlingen...

Shing heeft zijn arm gebroken. Hij mag niet...

Chris heeft een computer. Hij gebruikt de computer om te...

Anisa maakt huiswerk op de computer. Ze doet dat...

Ik heb een computer met internet. Die gebruik ik...

In een grote stad wonen veel mensen. Ik vind dat...

Rahime heeft Nederlandse les. Ze vindt haar docent...

’s Avonds doe ik mijn ring af. Ik leg mijn ring altijd...

Mira heeft zin in koffie. Ze drinkt koffie met...

Felipe houdt van lezen. Hij koopt elke maand...

Sarina reist met de bus. Zij gaat naar…

Lucia wil nieuw werk. Ze vindt haar oude werk...

Caro eet vaak appels. Zij houdt ook van…

David is dik. Hij eet elke dag...

Chris neemt zijn pillen. Hij heeft pijn in zijn...

De dokter praat met Sofia. De dokter geeft Sofia...

Barry is geslaagd voor zijn examen. Hij krijgt...

Siham volgt een cursus. Ze leert...

Jamal woont in een flatgebouw. Hij wil graag...

Nick zoekt werk. Hij wil graag werken bij...

Claire leert Nederlands. Ze vindt Nederlands...

David werkt in een ziekenhuis. Hij is...

Li en Chen gaan iets drinken. Ze drinken...

Ons dak is kapot. Wij moeten...

William neemt een drankje. Dat helpt tegen...

Kei eet 's avonds met zijn familie. Dat vindt hij ___

Wil jij op mijn kinderen passen? Ik ga vanavond...

Mina werkt bij de supermarkt. Ze werkt daar…

Julio gaat verhuizen. Hij moet...

Tara zoekt werk. Ze kijkt in...

Victor heeft een nieuw huis. Hij gaat morgen...

Dylan is bij de tandarts. Dat is...

Nasir zoekt een nieuw huis. Hij wil een huis met...

Malik gaat vandaag niet sporten. Hij heeft geen...

Ik houd van tekenen. Ik teken...

Dafne kan goed zingen. Ze kan ook goed...

Lin zoekt werk. Ze gaat naar...

Er komen nieuwe huizen in onze buurt. Ik vind dat...

Hiba houdt van katten . Ze houdt niet van…

Noah leest een bericht in de krant. Het bericht gaat over...

Jim staat voor de school. Hij wacht op…

Tuan zit op school. Hij heeft volgende week...

Sasha gaat naar de bioscoop. Ze kijkt...

David en Maria rijden naar de stad. Ze zoeken...

Scott doet een opleiding. Hij vindt leren...

Thirza wil later in het ziekenhuis werken. Ze moet eerst...

Felix gaat elke dag zwemmen. Soms gaat hij ook...

Is dat boek leuk? Ik wil het boek ook graag...

Johanna doet suiker in haar koffie. Suiker is...

Raheem heeft een fijn huis. Hij woont daar met...

Odara ruimt het huis op. Ze legt de kleren...

Achmed is klaar met school. Hij gaat...

Kris werkt in de tuin. Hij doet dat…

Caro gaat vaak met de bus naar school. Soms gaat ze...

Ling wil iets eten. Ze eet liever geen...

Leyla slaapt samen met haar zus in een kamer. Zij vinden dat...

Bart gaat bijna elke dag met de auto. Hij rijdt dan naar...

Ivan is niet blij met zijn werk. Hij vindt zijn werk te...

Jack koopt tomaten. Hij koopt ook...

Cai werkt met hout. Hij maakt...

Nadia heeft kip gekocht. Ze gaat de kip eerst...

Isa heeft pauze. Ze belt met haar...

Paul viert zijn verjaardag. Hij is...

Bilal gaat naar de bioscoop. Hij gaat met zijn...

Lea eet graag in een restaurant. Ze vindt dat...

John woont bij een bos. Hij gaat daar elk weekend...

Kevin zit in de klas. Hij heeft een vraag over...

Samira heeft pijn aan haar rug. Ze kan niet goed...

Dave lust geen koffie. Hij drinkt liever...

Pedro woont op een boerderij. Hij heeft daar...

Ik ga een taart maken. Wil jij...?

Gina kijkt vaak televisie. Ze houdt van programma's over...

Zarina moet de vis eerst schoonmaken. Daarna gaat ze hem...

Josh heeft de hele dag gelopen. Hij wil nu...

Michelle maakt huiswerk. Ze vindt het huiswerk...

De bus rijdt langzaam. Lia wil...

Shun wil niet eten. Hij wil liever...

Johnny is vrij op zaterdag. Hij gaat...

Tariq eet alleen. Hij vindt dat...

Sjaak werkt in een fabriek. Daar werkt hij...

Mag ik jouw brommer lenen? Mijn brommer is...

Mandy eet vaak chips als ze een film kijkt. Ze eet soms ook...

De dochter van Sophia kijkt veel tv. Ze kan beter gaan...

De kinderen lezen samen. In het boek staat...

Het vliegveld is ver weg. We gaan naar het vliegveld met...

Dany heeft hoofdpijn. Ze wil...

Het huis van Tania is heel groot. Haar huis heeft...

Er ligt rommel op straat. Dat is...

De les begint om 11 uur. Hetty gaat...

Sita bakt een taart. Haar kinderen vinden…

Rico krijgt een prik. Hij is...

De les is afgelopen. We willen nu...

Ananda is aan het koken. Ze maakt...

Jessie moet langer werken vandaag. Ze mag pas om acht uur ___ .

De koning is op het nieuws. Hij vertelt over...

Ik eet nooit kip. Dat vind ik...

Maria leest op zondag de krant. Ze leest soms...

Ik drink geen alcohol. Ik drink wel graag...

Maria kan goed koken. Ze kookt meestal...

Simon bouwt een huis. Het huis wordt..

Stephan moet sporten van de dokter. Hij gaat...

Ik eet nooit druiven. Ik vind druiven...

Ibrahim heeft een kar met spullen. Hij brengt de spullen …

Aiden is bij de bakker. Hij wil...

Karin kijkt naar het journaal. Ze doet dat...

De broer van Souad heeft een baby gekregen. Souad is...

Eliza is morgen jarig. Haar vader…

Arif wacht op de bus. De bus komt...

Yaira werkt bij een apotheek. Ze werkt daar...

Jara is zwanger. Ze krijgt...

Priya maakt saus. Haar dochters willen...

Lucia heeft haar been gebroken. Nu kan ze niet...

Han heeft zijn diploma gehaald. Hij gaat nu...

Michael houdt niet van tennis. Hij houdt meer van...

Ik ga naar de huisarts. Hij geeft mij...

In de stad rijden veel brommers. Ik vind dat...

Megan gaat vandaag verhuizen. Ze woont straks...

Mijn vader loopt met een stok. Mijn vader is...

Isabel speelt graag met haar pop. Soms speelt ze ook met...

Dina wast haar handen. Haar handen zijn…

Mijn baas fietst elke dag. Ik doe dat...

Jessy koopt een kaartje. Ze gaat…

Ali kan niet goed lopen. Hij heeft pijn aan zijn...

Stanley wil een groter huis. Hij wil ook...

Sara praat met haar buurvrouw. Ze praten over...

Stefan belt met zijn zus. Zijn zus is...

Salim snijdt de uien. Zijn vrouw gaat...

Robin loopt snel naar school. Hij is...

Mijn vader heeft een paard. Hij gaat...

Janine leert Nederlands. Ze praat met de lerares over...

Ik ga straks naar Hamza. Hij is...

Samir is te laat voor de trein. Hij moet nu...

Samira heeft een gesprek met haar baas. Ze praten over...

De zoon van Samira gaat naar school. Samira vindt dat...

Mia maakt zelf kleren. Vandaag maakt ze een...

Kun je mij naar het station brengen. Ik moet op tijd...

Het bord van Sahid is gevallen. Sahid is...

Gabriel maakt een opdracht. Hij doet dat...

Sylvia is kapper. Ze moet vandaag veel...

We gaan mijn broer ophalen. Hij heeft geen...

Grace houdt niet van groente. Ze vindt dat...

Debra zit op school. Ze maakt veel…

Nikki zoekt een nieuw huis. Ze wil graag...

Loes is ziek. Zij gaat vandaag…

Sonia zit in de bus. Ze gaat naar...

Johnny is moe. Hij wil...

Ik heb deze krant gelezen. Wil jij de krant nu..?

Nasira woont bij de supermarkt. Ze woont ook bij...

Filip maakt de badkamer schoon. Hij vindt dat...

Christina belt met haar moeder. Ze praten over...

Jessie houdt van muziek. Ze speelt graag...

Daniëlle gaat studeren. Ze pakt haar...

Aaron is dokter. Hij werkt...

Katya volgt een opleiding. Ze wil ___

Bob houdt niet van zwemmen. Hij gaat liever...

Ik ga vaak met de bus. Ik ga dan naar...

Ik heb een nieuwe tafel gekocht. Wil jij mijn oude tafel...?

Dimitri werkt in een garage. Hij maakt...

Esma wil lerares worden. Zij gaat …

Savita gaat solliciteren. Ze wil...

Pia woont naast een park. Ze gaat daar...

Wayan drinkt koffie met zijn buurman. Hij vindt dat...

Sandra moet vandaag veel doen. Ze moet...

Nancy en Oscar zitten in de bioscoop. Ze vinden de film...

Tamal moet remmen. Hij ziet een...

Johan heeft veel boeken. Hij houdt van…

Mijn buurman maakt graag muziek. Dat vind ik...

Het regent al de hele dag. William wil...

Shanna heeft haar diploma. Ze is...

Tirza koopt een nieuw bed. Ze koopt ook...

Manuel is buschauffeur. Hij rijdt...

Karim leest het weerbericht. Het weer wordt...

Laila moet elke dag vroeg opstaan. Soms is ze...

Sanne kan niet goed koken. Het eten is...

Laiqa werkt elke dag buiten. Ze houdt van...

Nicole gaat naar de tandarts. Ze heeft pijn aan haar...

Ella bakt koekjes. Ze bakt de koekjes voor...

Aaron gaat donderdag op reis. Hij vindt dat...

De stoel is kapot. Jaimy gaat de stoel...

Paul heeft honger. Zijn moeder geeft hem...

Martin eet elke ochtend een ei. Zijn vrouw eet meestal...

Maria leest een boek. Ze vindt het...

Pedro doet de lamp aan. Het is...

Sita geeft taart aan haar opa. Hij vindt dat...

Gary leest zijn dochter voor. Lezen is...

Laura heeft veel collega's. Ze gaan samen...

Marco heeft zin in koffie. Hij wil ook...

Dael heeft veel geld. Hij werkt...

Amel sport graag. Sporten is...

Mo en zijn familie spelen een spel. Daarna gaan ze...

Janek heeft koorts. Zijn moeder geeft hem...

Philip fietst op de weg. De weg is...

Saïd is te laat op zijn werk. Zijn baas is...

Mijn vader luistert graag naar het nieuws. Hij luistert ook naar...

Sabir heeft een nieuwe baan. Hij werkt bij...

Abel is op school. Hij heeft...

Jafar houdt niet van dansen. Hij vindt dansen...

Pablo speelt gitaar. Hij oefent...

Arjun moet elke dag reizen naar zijn werk. Hij werkt in...

Nina speelt in de tuin. Ze speelt met...

Mijn telefoon is kapot. Nu kan ik niet...

Jonas werkt altijd buiten. Dat is...

Tim drinkt graag koffie. Hij drinkt liever koffie dan…

Sonya houdt van muziek. Ze luistert...

Younes heeft veel vrienden. Hij gaat vaak met ze naar...

Christo heeft dorst. Hij drinkt een glas...

Het is zondag. Eva gaat op zondag altijd naar...

Karl gaat met zijn dochter naar de dierentuin. Ze kijken naar...

Philippa zit in de tuin. Ze zit ook vaak...

Ik heb geen auto. Een auto is...

Jan heeft zijn arm gebroken. Hij moet nu...

Yun eet 's ochtends niet veel. Ze eet dan alleen...

Fanya is op de markt. Ze zoekt...

Die sinaasappel is oud. Je moet de sinaasappel..

Jim heeft haast. Hij moet snel naar...

Diego houdt van koken. Hij kookt graag voor...

Mai kijkt niet naar het nieuws. Ze vindt het nieuws...

Sophia houdt van rijst. Ze kookt dat...

Ali werkt in een fabriek. Hij wil...

Halil rijdt in een vrachtwagen. Hij vindt dat...

Dario zit op school. Hij maakt een...

Ahmed brengt zijn zoon naar het vliegveld. Zijn zoon gaat...

Quito eet vandaag niet thuis. Hij eet...

Sasha heeft een hond. Ze heeft ook...

Mariam praat met de leraar. Mariam praat ook met haar...

Kenny zoekt op internet. Hij zoekt naar ___ .

Alex wil nieuwe schoenen. Hij gaat naar...

Sou eet graag maïs. Ze eet maïs meestal met...

Remi werkt op de markt. Hij verkoopt…

Priya doet een opleiding. Later wordt ze...

Saïd heeft vakantie. Hij gaat...

Brian fietst naar zijn werk. Hij gaat liever niet…

Aziz loopt elke dag. Hij loopt naar...

Omid leest 's ochtends altijd eerst de krant. Daarna gaat hij...

Inez en Luis bouwen een huis. Het huis heeft nog geen...

Stefana vindt wandelen leuk. Ze doet dat...

Daniël heeft pijn aan zijn kies. Hij gaat naar...

Filiz koopt een nieuwe jas. Ze koopt ook...

Edgar en Joko koken samen. Ze doen dat...

Xuan is in de supermarkt. Ze wil...

Karima gaat naar de dokter. Ze voelt zich...

Het is donker. Ik reis dan liever niet met...

Hetty is klaar met koken. Ze roept...

Het eten is heel warm! Je moet...

Judy leest een tijdschrift. Soms leest ze ook...

Monica maakt graag foto's. Ze maakt het liefst foto's van...

Sam loopt het lokaal uit. Hij gaat...

Zola maakt het huis schoon. Ze doet dat...

Dave werkt in een café. Hij moet daar...

Nora en Souffian wonen in een dorp. Ze wonen liever...

Josh koopt een krant in de winkel. Hij koopt ook...

Roy wil zijn vriend spreken. Hij gaat...

Iedereen is blij. Het is...

Kevin heeft huiswerk. Hij moet veel...

Liyen gaat vanavond koken. Ze gaat eerst...

Madee heeft een auto. Ze gaat met de auto naar...

Carlos maakt muziek. Hij doet dat...

Liam kan niet goed zien. Hij moet...

Hannah eet graag vis. Ze haalt die vis...

Carlos is vrij. Hij gaat...

Noor werkt in een winkel. Ze verkoopt broeken en ook...

Ik ben op zoek naar het treinstation. Kunt u mij...

Rasha werkt op een kantoor. Het kantoor is...

Ismet heeft groenten in zijn tuin. Hij gaat de groenten...

Imani vindt school leuk. Zij houdt van...

Iwan wil gezond zijn. Hij drinkt geen...

Maryam kookt voor Dina. Maryam maakt...

Maria heeft griep. Ze moet...

Chen verkoopt bloemen. Ze doet dat...

De klas is leeg. Iedereen is...

Frank leest de krant. Hij leest over..

Mo zit aan tafel. Hij schrijft een brief aan zijn...

De man belt in de auto. Dat is...

Sari zoekt een cursusboek. Ze gaat naar...

Sarah is nooit ziek. Zij voelt zich altijd...

Ik lees het nieuws op mijn telefoon. Mijn man leest het nieuws...

Jamal heeft een nieuwe scooter. Hij kan nu...

Tara wil een motor kopen. Een motor is...

Claire kijk uit het raam. Ze kijkt naar...

Rachel zingt vaak alleen. Soms zingt ze ook...

Anna’s huis is te klein. Ze wil snel...

Er is ingebroken bij Ben. Hij belt naar...

Samuel praat met zijn baas. Hij vraagt...

Kay zoekt een nieuw huis. Hij vindt zijn oude huis...

Aaliyah pakt eerst een kopje koffie. Daarna gaat ze...

Ayla eet haar ontbijt snel op. Ze heeft...

Monica wil graag een huis met een tuin. Ze vindt dat...

Mijn zus rijdt altijd hard. Ik vind dat...

Harold is niet alleen. Hij heeft...

Ik ga naar mijn zus. Mijn zus woont...

Esra is ziek. Ze vindt dat...

Het regent onderweg. Marta wil...

Mijn opa zit op de bank. Hij kijkt naar...

Nick wil naar zijn familie. Hij reist met...

Linn heeft niet goed geslapen. Ze blijft...

David heeft een boot. Hij gebruikt de boot om te...

Fico woont ver van zijn werk. Hij moet elke dag...

Max voetbalt graag. Voetballen is…

Aaron is schilder. Hij schildert meestal...

Ik heb soep gemaakt. Wil jij mijn soep...?

Mike heeft pijn aan zijn been. Hij heeft ook pijn aan zijn...

Michelle kijkt vaak films. Ze houdt van films over...

Alice werkt in een ziekenhuis. Zij is daar...

Thomas ligt in het ziekenhuis. Hij vindt dat...

Pablo gaat vaak met de trein. Hij gaat dan naar...

Orma heeft leuke buren. Ze gaat met haar buren...

Ik eet graag brood. Ik houd niet van...

Franco gaat verhuizen. Zijn nieuwe huis heeft een...

Arnold is schoonmaker. Hij werkt in...

Hassan werkt in een restaurant. Hij leert daar...

Fatima koopt een fiets. Ze gaat met de fiets naar…

Olga is ziek. Ze moet...

Veel mensen praten in de les. Nena vindt dat...

Alex is ziek. Hij heeft pijn aan...

Mia moet snel naar huis. Ze gaat met de...

Wij willen wat leuks doen. We gaan...

Het is slecht weer. Gaan we met de...?

Louis gebruikt de computer. Hij wil...

Dave is niet blij met zijn haar. Zijn haar is...

Ik wil zieke mensen helpen. Ik vind dat...

Pascal vindt zijn werk moeilijk. Hij wil...

Rhonda is haar sleutel kwijt. Nu moet ze...

Lizzie en haar moeder gaan met het vliegtuig. Lizzie vindt dat...

Alex gaat altijd met de trein. Ik ga graag met...

Mohammed maakt auto’s. Dat vindt hij...

Masha kan vandaag zitten in de bus. Soms moet ze...

Peter maakt machines. Hij werkt vaak...

Carmen eet elke dag een banaan. Soms eet ze ook...

De familie Wang woont in een leuke straat. Zij wonen naast...

Marco is ziek. Hij belt...

Simone leest graag een krant. Ze koopt hem...

Het is druk op het station. Er zijn veel...

Kenji rookt al twintig jaar sigaretten. Dat is...

Sasha eet niet altijd thuis. Ze gaat vaak naar...

Anna is bij de dokter. Ze krijgt...

John en zijn dochter bakken samen taart. Ze vinden dat...

Leon speelt gitaar. Hij doet dat...

Lea gaat naar haar kleinzoon. Ze geeft hem...

Carla drinkt een glas water. Ze doet dat...

Emma wast haar handen. Ze gaat...

Maya doet de gordijnen dicht. Ze gaat...

Kevin werkt in een restaurant. Hij maakt vandaag...

Samira gaat naar haar ouders. Ze gaan samen...

Het is druk op de weg. Emir vindt dat...

Malik heeft een nieuwe bank gekocht. De oude bank was...

Lia wil meer geld voor haar werk. Dan kan ze...

Anna wast de paprika. Ze gaat…

Sara lacht. Zij is…

Zina kookt met veel kruiden. Zo wordt haar eten...

Kevin eet een salade met paprika. In de salade zit ook...

Miguel stopt met werken. Hij is...

In het eten zitten pepers. Ik vind dat...

Adam is aan het koken. Hij maakt...

Steven is in het ziekenhuis. Hij gaat morgen...

Het is warm vandaag. Ana wil...

Het is koud in het huis van Faiz. Hij wil...

Salih is bakker. Hij werkt meestal...

Samuel heeft vandaag les. Hij gaat morgen...

Naima wil kapper worden. Ze leert...

Tim is jarig. Zijn zus geeft hem een...

Jason gaat graag naar school. Hij kan goed...

Mijn opa gaat elke dag wandelen. Dat is...

Myra en Liz gaan naar een café. Ze willen graag...

Alec gaat naar school. Hij wil graag...

Mijn trein vertrekt over een half uur. Ik ga nu...

Mijn auto is kapot. Nu moet ik...

Brenda doet een opleiding. Ze moet iedere avond...

Hassan maakt zijn brommer. Het wiel is...

Jakob zoekt een taxi. Hij wil...

Ming rijdt vaak op zijn scooter. Hij wil niet...

Abdul stuurt zijn familie elke week een e-mail. Hij schrijft dan over...

Khalid is visser. Na het werk is hij vaak...

Omar koopt vis. Hij koopt ook...

Ik ben ziek. Ik ga morgen niet...

Kwasi is chauffeur. Hij rijdt...

Samuel vindt de pauze leuk. Hij gaat dan...

Wil je mijn huis zien? Ik woon hier...

Andres werkt op het land. Het werk is...

Rafael heeft een telefoon. Hij belt elke dag met zijn...

John houdt van paarden. Hij vindt paarden...

Jim gaat naar het strand. Het is daar...

Jack wil de muziek niet horen. Hij vindt de muziek...

Lea is in het ziekenhuis. Ze wil...

Max draagt een helm op zijn werk. Dat moet van zijn...

Joel heeft een vieze keuken. Hij moet...

Vera doet suiker in haar thee. Haar thee wordt zo...

Hannah maakt haar huis schoon. Ze doet dat...

De trein is vol. Hanna moet...

Lily gaat elke dinsdag sporten. Ze eet daarna altijd...

Lei speelt op straat. Dat is...

Een mug heeft mij geprikt. Nu krijg ik...

Hannah leert Nederlands. Ze leert ook...

Jada maakt pannenkoeken voor haar familie. Zij doet dat...

Kun je mij een lepel geven? Ik wil...

Selim kan zijn broer niet bellen. Hij stuurt zijn broer een...

Ik lees vaak. Ik lees graag...

Melissa wacht op het station. Ze wacht op haar...

Jacques is leraar. Hij geeft...

Mevrouw Perez heeft geen auto meer. Nu moet ze...

Rima en haar dochter zijn in de keuken. Haar dochter wil...

Romeo werkt op een school. Hij geeft les aan...

Sophie is vaak in het bos. Ze kijkt graag naar...

Fred gaat naar school. Hij heeft les tot...

Het fruit is op. Ik ga nu naar...

Rico eet vaak snoep. Snoep is slecht voor...

Paul gaat vroeg naar bed. Hij moet morgen...

Harry is gevallen. Hij heeft...

Yvonne doet haar spullen in dozen. Zij gaat morgen…

Dunya gaat naar een feest. Het feest is van haar...

Mijn broer zingt veel. Hij is...

Berat geeft les. Hij vertelt over...

Scroll to Top